Een ander soort mensen

zondag 30 mei 2010 09:49 administrator
Afdrukken PDF



Zes wethouders werden afgelopen donderdag door de gemeenteraad van Almere benoemd. Hoogst opmerkelijk was dat de twee machtigste, de in Den Haag residerende Almeerse onderkoning Adri Duivesteijn en VVD-partijleider Arno Visser, twintig stemmen voor en zeventien stemmen tegen kregen. Dat hadden er eigenlijk eenentwintig moeten zijn, maar een oliebol in de coalitie had de stembriefjes verkeerd ingevuld. Een detail. De architecten van het ‘Oostvaardersakkoord’ hebben in oppositiekring geen enkel krediet (meer) en zij zullen de komende tijd voortdurend hun macht moeten inzetten om het krakkemikkige coalitievehikel op de weg te houden.

Ontheffing ingezetenschap

Voor één wethouder moest door de raad ontheffing worden verleend van zijn bij wet vereiste ingezetenschap van Almere. Adri Duivesteijn weigert zich ook de komende – maximaal - vier jaar in Almere te vestigen. Tijdens de vorige raadsperiode woonde hij een tijdje met zijn gezin in een voor negentig procent door de gemeente Almere betaalde woning (huur en energie) aan de Noorderplassen, maar hij bleef in Den Haag gevestigd. Wel liet hij zijn verhuiskosten van rond 6700 euro vergoeden. Dat was een oneigenlijke declaratie, want die vergoeding is bedoeld voor bestuurders die zich in hun standplaats vestigen, niet voor hen die er slechts een tweede, al dan niet door de gemeente bekostigde woning betrekken zonder ingezetene te worden.

Structureel karakter

Ontheffing van ingezetenschap geldt telkens voor de duur van een jaar, niet in één keer voor vier jaar. De wetgever komt daarmee tegemoet aan de ongewenste situatie dat een tussentijdse wethouderswisseling tegen het einde van de raadsperiode voor een wethouder die van buiten de gemeente komt zou betekenen dat deze naar de gemeente moet verhuizen in de wetenschap dat hij/zij na de volgende gemeenteraadsverkiezingen niet zal terugkeren als wethouder. Het is echter in strijd met de geest van het betreffende wetsartikel en de bedoeling van de ontheffingsmogelijkheid dat de ontheffing een structureel karakter krijgt.

 

Oneigenlijk gebruik

Niettemin gaf een – krappe - meerderheid van de raad groen licht voor dit oneigenlijk gebruik van de wet. Alphons Muurlink, fractievoorzitter van de PvdA, had zegge en schrijve één argument: de wet staat het toe en dus doen we het. Zijn VVD-collega René Maertens maakte het nog bonter. Hij promoveerde Duivesteijn tot een wethouder van de buitencategorie en rechtvaardigde daarmee het feit dat de onderkoning niet alleen structureel ontheffing van het ingezetenschap zal krijgen, maar ook dat Adri Duivesteijn rond 30.000 euro per jaar aan onkosten mag opmaken voor zijn appartement in het Stadhart en honderden ritten van Almere naar zijn woonadres in Den Haag vice versa, uiteraard in een auto met chauffeur.

 

De kosten

Voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt in de raad, heb ik mij laten informeren over de kosten die de bijzondere positie van Duivesteijn met zich meebrengt. Ik deed dat, omdat mijn fractie van mening is dat Duivesteijn zich tijdens de coalitievorming zodanig als lokaal politiek leider heeft opgeworpen, dat hij moreel gezien niet anders kan dan zich in Almere vestigen. Dat lag vier jaar geleden anders. Toen kwam Duivesteijn als een technocraat, een vakwethouder, een expert-bestuurder op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting. In 2006 bemoeide Duivesteijn zich niet met de coalitievorming. Vier jaar later lag dat totaal anders. Wij vinden dat de man die deze coalitie in hoge mate tot stand heeft gebracht niet langer van de ontheffing gebruik kan maken. Daarnaast wilden we weten hoe hoog de kosten van de pensionvergoeding en het woon-werkverkeer van wethouder Duivesteijn over de afgelopen vier jaar zijn geweest.

 

Van Noorderplassen naar Stadshart

In afgeronde bedragen komt het hierop neer: de ‘pensionkosten’ van wethouder Duivesteijn bedroegen de afgelopen vier jaar in totaal rond 80.000 euro. Eerst bewoonde hij een tamelijk riante eengezinswoning aan de Noorderplassen en toen hij om hem moverende redenen met zijn gezin naar Den Haag was teruggekeerd (waar hij zich nooit had laten uitschrijven) huurde hij voor 90 procent op kosten van de gemeente een appartement in het Stadshart. Toen bleek dat de vergoeding door de fiscus als inkomen werd beschouwd en de wethouder, met terugwerkende kracht, loonheffing moest betalen, nam de gemeente ook dat bedrag van in totaal ruim 19.000 euro voor haar rekening.

 

Woon-werkverkeer

Ronduit schokkend zijn de cijfers over het woon-werkverkeer van de wethouder. Het gaat hier om een steekproef over de eerste vier maanden van 2009 en de eerste vier maanden van 2010. Daarbij kwam aan het licht dat wethouder Duivesteijn zich niets aantrekt van het feit dat het appartement in het Stadshart bedoeld is om de kosten voor woon-werkverkeer van en naar Den Haag te beperken. Integendeel, de wethouder laat zich naar believen per auto met chauffeur naar zijn Haagse residentie brengen en hij laat zich er niet zelden ’s ochtends om acht uur ophalen. Let wel, in het kader van woon-werkverkeer of een doorzichtige combinatie daarvan met zakelijk verkeer waar wij in ieder geval niet intrappen.

 

Eén maand 1900 euro

In 2009 beschikte de gemeente nog niet over een derde dienstauto en werd wethouder Duivesteijn met taxi’s vervoerd. Een voorbeeld. In januari van dat jaar liet hij zich voor in totaal ruim 1900 euro in het kader van woon-werkverkeer rijden. In februari was dat bedrag 1339 euro, in maart 1788 euro en in april 1334 euro. In 2010 liet de wethouder zich met een dienstauto vervoeren. Ik kan de kosten niet in bedragen specificeren, maar wel in aantallen ritten woon-werkverkeer en dan komen we in januari op achttien, in februari op twintig, in maart op achttien en in april op vierentwintig ritten. Hierbij zij voor de goede orde aangetekend dat niet geheel duidelijk is of sommige van de in 2010 gemaakte ritten op het laatste moment zijn vervallen. Dit betekent dat het totaal van deze ritten over de periode januari tot 21 mei 2010 niet 95 maar circa 85 zou kunnen zijn. Opmerkelijk is dat de wethouder er zelfs niet voor terugschrikt zich van zijn appartement in het Stadshart naar zijn privéadres in Den Haag te laten vervoeren. Als nou iets tegen de bedoeling van de regeling indruist is het wel dat.

 

Absurde arrogantie

Voor de camera van Omroep Flevoland verklaarde wethouder Duivesteijn de kritiek van Leefbaar Almere op dit misbruik van gemeenschapsgeld uit de vermeende boosheid en teleurstelling die de coalitievorming bij ons teweeg zou hebben gebracht. Boosheid ja, maar dan om de absurde arrogantie waarmee niet alleen de wethouder, maar ook zijn fractievoorzitter en de coalitiegenoten dit misbruik goedpraten. Teleurstelling? Hoezo? Wij hebben meerdere keren geweigerd op de steeds dringender wordende avances van met name de PvdA in te gaan. Zouden we daarover teleurgesteld moeten zijn? Misschien over de judasrol van D66, maar die teleurstelling is allang omgeslagen in meelij. Wat die coalitie betreft, hebben wij meer iets van: Waar zijn we voor behoed?!

 

Desnoods de rechter raadplegen

De PVV heeft aangekondigd de exclusief voor wethouder Duivesteijn ontworpen regeling juridisch te gaan toetsen. Dat lijkt ons de enig juiste weg, vooral nu PvdA-fractievoorzitter Muurlink zich tot het juridische aspect heeft beperkt. Het mag van de wet, dus doen we het. Logisch dat het deel van de raad dat aan die conclusie geen geloof hecht, desnoods de rechter zal raadplegen.

 

Prima donnastatus

Het ontbreken van enig moreel besef bij alle coalitiepartners, inclusief Adri Duivesteijns PvdA, is misschien nog wel het meest schokkende aan deze zaak. Men vindt het doodnormaal dat een wethouder die zich de prima donnastatus aanmeet per jaar bijna twee keer het minimuminkomen mag uitgeven, omdat hij zijn eigen wetten stelt. Bestuurders als Adri Duivesteijn hebben geen contact meer met de basis. Zij praten over minima en bijstandsmoeders en de zwakkeren voor wie zij opkomen, maar ondertussen meten zij hun eigen ‘kredietwaardigheid’ aan die van hun gelijken. In die zin is de hard werkende, bevlogen, visionaire en in menig opzicht succesvolle wethouder Adri Duivesteijn het best te vergelijken met een magistraat die onder het genot van een fles Petrus Pomerol 1998 en af en toe snoepend van een voortreffelijke Beluga kaviaar een programma tegen de honger schrijft.

Selectieve moraliteit

Waar ik me iedere keer weer over verbaas is de selectieve en buitengewoon elastische moraal van PvdA’ers. PvdA-raadslid John van der Pauw bijvoorbeeld is heel boos over het voorstel van Leefbaar Almere en de PVV om het percentage sociale woningbouw in Almere Hout Noord van 30 naar 25 procent terug te brengen. Voor ons is de reden dat de grondexploitatie daardoor wat minder onder druk komt te staan. Op de website van de PvdA Almere schrijft Van der Pauw verontwaardigd: “Met dit voorstel laat Leefbaar een extreem rechts gezicht zien. Een gezicht dat niet te rijmen is met de opstelling van die partij in 2008. Leefbaar blijkt bewoners van sociale huurwoningen nu te zien als klaplopers in plaats van normale burgers die misschien over wat minder talenten beschikken dan anderen. In drie jaar tijd kan er bij Leefbaar kennelijk veel veranderen. Meer dan veertig procent van de Almeerse huishoudens moet leven van een bruto inkomen dat niet hoger is dan 39.000 euro. Dat is inclusief het inkomen van inwonende kinderen.”

 

Een week na deze vlammende publicatie stemde John van der Pauw moeiteloos in met een oneigenlijke en onfatsoenlijke regeling voor zijn wethouder die alle Almeerse huishoudens ruim 30.000 euro per jaar gaat kosten.

 

Boterletter.

 

Frits Huis.

Laatst aangepast op zaterdag 26 oktober 2013 21:01